Over Joep Nicolas van Ronkenstein en de Oude Kerk in Delft, deel 1 en 2 Over Joep Nicolas van Ronkenstein en de Oude Kerk in Delft, deel 1 en 2

We beginnen met deel 1 waarin meer algemeen op de ramen van de Oude Kerk wordt ingegaan.
In het jaar 1406 kreeg de Oude Kerk voor het eerst een gebrandschilderd raam. In de loop van die eeuw volgden er meer. Door de stadsbrand van 1536 en de Delftse Donderslag in 1654 (een kruitexplosie) gingen helaas alle ramen verloren. Pas in de 20e eeuw kwamen de gebrandschilderde ramen één voor één terug op de plek waar tot dan kaal glas had gezeten. In totaal bevat de Oude Kerk nu 27 glas-in-loodramen, elk met een eigen verhaal. Deze bijzondere collectie wordt beschouwd als het levenswerk van de vermaarde glazenier Joep Nicolas. Joep Nicolas (1897-1972) was van huis uit vertrouwd met het glazeniersvak. Joep was de 3e generatie Nicolas-glazeniers. Vanaf de dertiger jaren in de vorige eeuw stroomden de opdrachten binnen en voorzag hij vele kerken maar ook kantoren en markante gebouwen, zelfs lijnschepen, van voorstellingen. Tijdens de oorlog werkte hij vanuit Amerika. In 1956 kreeg Joep Nicolas de opdracht voor de ramen in de Oude Kerk. Zelf zei hij: “Elk raam is steeds een eigen opgave, maar het moet met de anderen samen een symfonie vormen tot eenheid in verscheidenheid van de onderdelen”. Ook zei hij: “Een taak als deze volbrengt geen kunstenaar alleen”. Gelukkig had hij medewerkers die bekwaam en bereid waren de discipline van zijn werk op te pakken. Naast de vakkrachten van atelier Geutjes voor het glassnijden, branden en in lood assembleren, hebben Sylvia Nicolas, de dochter van Joep, zijn neef Joep Nicolas van Ronkenstein en Louis Smeets hem geassisteerd met het artistieke werk zoals schetsen, tekenen en schilderen van de afbeeldingen. Bedenk hierbij dat de 27 ramen afmetingen hebben tot wel 11m hoog en 3,5m breed! De langdurige samenwerking van dit team leidde tot een grote samenhang in stijl en kleurengamma.


Joep Nicolas van Ronkenstein heeft in het bijzonder bijgedragen aan Raam 14 “Schepping van de tijden”. Bovenin dit 11m hoge raam wordt de schepping van licht en duisternis weergegeven. In het grote middenstuk wordt fantasievol de dierenriem weergegeven in een kringloop van de jaargetijden. In het midden zetelt de Schepper. Zijn tekst staat op de banderol: “Ik ben de Alpha en de Omega; Ik ben die is, die was en die komen zal”. Hij is de eeuwige, die de tijd bestuurt. Onderin het raam wordt het leven van de mens uitgebeeld met vier perioden van een mensenleven met op de achtergrond de 4 seizoenen van een jaar.



Joep Nicolas van Ronkenstein had ook een bijzondere bijdrage aan Raam 25 “Het Willem de Zwijger-raam”. Dit zeer grote (9,5m hoog en 7,6 m breed) en gedetailleerde raam werd geschonken door Mevr. A.H.E.M. Philips – De Jongh. Bovenin staat de naam van God in 4 Hebreeuwse letters. Middenin staan Willem van Oranje met zijn medestanders om hem heen. 
Onder hem staat zijn wapenschild en het begin van het 6e couplet van het Wilhelmus. Onderin staan 7 figuren aan wie Willem van Oranje zijn gezag ontleende: links zijn ouders, midden Karel V, Margaretha van Parma en Philips II en rechts zijn zonen Maurits en Frederik Hendrik.




Na het overlijden van Joep Nicolas in 1972 zijn de laatste 2 ramen van de Oude Kerk ontworpen en vervaardigd door Joep Nicolas van Ronkenstein. 
Het gaat om Raam 26: “De vier Apocalyptische ruiters” en Raam 27: “Het Psalm 150-Raam”.






Deel 2 Uitleg van Raam 26: “De vier Apocalyptische ruiters” en Raam 27: “Het Psalm 150-Raam”.

Raam 26: “De vier Apocalyptische ruiters” (openbaring 5:1; 6:1-8).


 Het raam is uit 1973 en is ontworpen en geschilderd door Joep Nicolas van Ronkenstein. Het raam is 9m hoog en 3,5m breed.

   

 
 
Bovenin het raam zit het Lam Gods op een boek met 7 zegels. Johannes zag in een visioen dat het Lam met het openen van de zegels Gods geheimen zal onthullen. 
Na het verbreken van de eerste 4 zegels zag Johannes vier ruiters te paard.
De eerste ruiter op een wit paard draagt een pijl en boog. Aan hem werd een kroon gegeven als overwinnaar. De tweede ruiter kreeg een groot zwaard, als symbool voor oorlog. Hij zit op een vuurrood paard. De derde ruiter, op een zwart paard, houdt een weegschaal in zijn hand. De weegschaal is uit balans. Dit verwijst naar voedselschaarste en honger als gevolg van oorlog. Het vierde paard is vaalgeel/groen en wordt bereden door de dood met een zeis.


Onder het midden zien we de bazuinengelen (Openbaring 8:1-12). Nadat de zeven zegels zijn verbroken, kondigen zeven bazuinengelen het onheil aan, dat over de mensheid wordt gebracht. De eerste vier engelen zijn op dit raam verbeeld. Na het blazen van de eerste engel (links) regende het vuur en hagel, gemengd met bloed. We zien meer plagen, zoals een grote brandende ster die uit de hemel gevallen is. Een derde deel van de zon, de maan en de sterren werd verduisterd door de vierde engel, die we op de rug zien, rechts.

Onderin het raam is de adelaar (Openbaring 8:13). Nadat de vierde engel heeft geblazen, ziet Johannes in de lucht een adelaar die roept: “Wee! Wee! Wee de mensen die op aarde leven! Want dadelijk klinken de bazuinen van de drie engelen die nog niet geblazen hebben”. Dit onheil leidt tot de verwoeste aarde, waar dood en verderf is gezaaid, en heel fijn getekend, de wanhopige mensen krioelen. Joep Nicolas van Ronkenstein houdt de kleuren daar vrij monochroom. Hij toont hiermee zijn tekentalent van de menselijke figuur in diverse houdingen.

Hieronder details van het Lam met de 7 zegels en details van een bazuinengel.
 
    
 
 

 




Raam 27: “Het Psalm 150-Raam”.

 
 
  Het raam is uit 1984 en is ontworpen en geschilderd door Joep Nicolas van Ronkenstein.
Het raam is 7,5m hoog en 1m breed. 

Joep Nicolas van Ronkenstein besloot voor dit raam de titel letterlijk te nemen.
Naast de mensenwereld, worden ook de dieren- en plantenwereld hierbij inbegrepen.


Bovenin het raam de banderollen staat de tekst: “Alles wat adem heeft love de Heere”.
Het machtig uitspansel wordt gesymboliseerd met de zon, maan en sterren.

De witte engelachtige figuur bovenin, spreidt zijn armen om twee cymbalen tegen elkaar te slaan.
De kunstenaar schilderde deze bewust als rug-figuur, een traditioneel middel om de kijker bij het kunstwerk te introduceren. Bovendien wordt het krachtige slaan met de cymbalen zo geloofwaardiger. Ernaast staat een man met bekkens.
Daaronder speelt een jongeman op een luit en ernaast hanteert een man een soort doedelzak. 

De gehele mensheid, gesymboliseerd door figuren uit alle tijden en van verschillende leeftijden zingt, danst, en musiceert om God te eren.
Met instrumenten als een schalmei, een oosterse tam tam, de citer (snaren) en harp, dit volgens de tekst. 
Alles wat adem heeft, ook de dieren aan de basis doen mee, de fabelachtige eenhoorn eendrachtig tussen de leeuw en het lam.


Let eens op de gelijkenis van de ster in Raam 27 van de Oude Kerk in Delft met de ster in het westelijke raam van de Kruiskerk in Eerbeek (laatste foto).

         
 
     
       
 
terug