Het probleem van het kwaad, van de wurm in de juttepeer Het probleem van het kwaad, van de wurm in de juttepeer
Het probleem van het kwaad; van de wurm in de juttepeer:
In de vakantie denk je aan andere dingen dan aan het werk. Ik dacht aan kinderliedjes. Dan dacht ik vaak: Hoe was die tekst toch ook alweer. Zo kwam ik op het gedicht over de wurm in de juttepeer. Het is een diepzinnig gedicht dat luchtig wordt gebracht. Het gaat over onze worsteling met het kwaad.
 
Er zit een wurm in onze juttepeer,
dat weten we nu zoetjesaan wel zeker.
Het ligt misschien, wie weet, wel aan de kweker
of aan de groenteman, of aan het weer.


De ene mens denkt aldoor vol verdriet:
Hoe komt die wurm erin? Hij wil het weten.
De and’re mens wil nooit meer peren eten,
maar dat is overdreven, vindt u niet?


Dan is er altijd ook nog wel een man,
zo een, die denkt de wurm eruit te krijgen
door bovenmatig met zijn vuist te dreigen,
maar nebbisj zeg, daar schrikt die wurm niet van.


Er zijn er ook, die houden zo van fruit,
dat zij de peer met wurm en al verslinden,
en zeggen dat ze ’t overheerlijk vinden,
maar in het donker spugen ze ‘m uit.


En daar in dat cafeetje zit er een,
die zegt: Het is geen peer. Het is een appel.
Ik zeg maar zo, wat maak je je te sappel,
alla ’n wurm. Ik eet er maar omheen.     
        

Annie M.G Smidt

Ik zie hierbij de volgende vragen:
Heeft de schepper (de kweker) ons met het probleem van het kwaad opgezadeld? Het is een grote religieuze vraag. Het Boeddhisme predikt een loslaten van alle begeerte naar geluk. Zo kan het kwaad je niet meer raken. Maar het zoete leven niet leven, geen peren meer eten, zoals in bovenstaand gedicht staat, is niet onze manier om om te gaan met het kwaad.

Is het kwaad iets dat je toevalt, zoals het weer? Of krijgen we het van mensen die het ons aandoen (zoals de groenteman in het gedicht)? Is het kwaad dat je overkomt een wijze les die je verrijkt? De dichteres vindt dat je het kwaad niet moet romantiseren. Narigheid wil je niet. Iedereen spuugt de wurm uit, volgens haar. Zij wil genieten van wat er wel goed is, zonder het kwaad te ontkennen. Een wijze les, die ik hier meegeef:

Overigens ik ben heerlijk uitgerust en heb van de zoetigheid van de vakantie met volle teugen genoten. Nu ga ik weer fris en fruitig aan de slag.

Namens de pastores, Thecla Cornet
 
terug