"Onze kerkramen" van Joep Nicolas van Ronkenstein en fa. Geutjes "Onze kerkramen" van Joep Nicolas van Ronkenstein en fa. Geutjes
   
   Kerkraam oost: "de aanbidding"                                                                 Kerkraam west: "de heilsfeiten"
 

Toelichting op de gebrandschildere ramen van de Kruiskerk (Bron: archiefdocument Kruiskerk 1983)


Op de achtergrond van deze website staan afwisselend foto's (van Johan Voogd) van de gebrandschilderde ramen van de Kruiskerk.
In het najaar van 2020 is een vervolgserie gemaakt over deze ramen waarvan hier de totale tekst is opgenomen.
Er komt nog een uitbreiding van de tekst met daarin een toelichting op de kerkramen van de Oude Kerk in Delft.
We kunnen ervaren hoe mooi de ramen in onze Kruiskerk zijn en welke betekenis de afbeeldingen in de ramen hebben.
Ook zien we dat er beroemde mensen bij het maken van de kerkramen betrokken waren: Joep Nicolas van Ronkenstein en firma Geutjes.
We mogen meer dan we beseffen trots zijn op onze kerkramen!
De foto’s zijn van Johan Voogd.


1. Makers en ontwerpers
(Bron: archiefdocument 1983)
In de Kruiskerk Eerbeek zijn in 1983 twee gebrandschilderde ramen aangebracht.
De in deze ramen gebrandschilderde symbolen zijn ontworpen door de beroemde kunstenaar Joep Nicolas van Ronkenstein, telg uit de beroemde familie Nicolas.
De ramen zijn gemaakt door de eveneens beroemde “glasenier” Jos Geutjes in zijn atelier in Venlo. De firma Zantman in Delft heeft een tweede laag als beveiliging aangebracht, bestaande uit lexan, in lood gevat.
De totstandkoming van deze ramen – meer dan 50 jaar na de bouw van de kerk - is mogelijk geworden door een bijzondere gift van enkele gemeenteleden in 1983, die overigens onbekend wensten te blijven. 

De thema’s van de gebrandschilderde ramen zijn reeds aangegeven door wijlen dr.P.Blaauw, de bouwpastor van de Kruiskerk, die van 1922 tot 1933 in Eerbeek heeft gestaan.
Zij luiden:
Oostraam: de aanbidding, “daar boven, hier beneden”.
Westraam: de heilsfeiten.




2. Het Oostraam: De aanbidding, “daar boven, hier beneden”.
De tekst uit het archiefdocument 1983 wordt letterlijk gevolgd inclusief lettertekens. Tussen haakjes mijn (Jan van Rheenen) toevoegingen, waarbij R1 rij 1 is en K1 kolom 1 is enz.


Een visioen beschrijven is al moeilijk, hoeveel temeer het uitbeelden ervan! Zeker als het gaat om een visioen waarin – zoals Johannes ten deel viel- een blik geschonken wordt in de hemel. Hij beschrijft dat in het 4e en 5e hoofdstuk van het laatste Bijbelboek, de Openbaring.

Hij “ziet” een troon (R2K2) en “iemand was op die troon gezeten”.
Om de troon heen een hemelse hofhouding: 24 “oudsten”, de vertegenwoordigers van Israël en de gemeente (deze worden aangeduid met 24 gouden wierookschalen R2 en R3) en vier “dieren”, één “als een leeuw gelijk” (R4K2), één “als een rund” (R3K2), één met “een gelaat als van een mens” (R3K3) en één “als een vliegende arend” (R3K3). Vertegenwoordigers van Gods goede schepping. Heel die hemelse hofhouding zingt Gods lof.

                


Johannes “ziet” een moment van opperste spanning als op de hand van God (R2K1) daar plotseling een “boekrol” (R2K1) ligt, stevig verzegeld.
Het geheim van de geschiedenis is daarin verhuld. Wie zal het mogen openen? Niemand zo lijkt het. Johannes weent: de levensraadsels blijven voor altijd onopgelost.

Dan wordt door één van de oudsten (R2K1) naar de Troon gewezen. En daar staat “een lam als geslacht”, de rode halswond nog zichtbaar. (R2K2). Hij is waardig de zegels te verbreken.

         

Heel de hemelse hofhouding barst uit in gejubel en looft het lam op de troon. Men ziet op het raam de vier “dieren” en als aanduiding van de “24 oudsten” de “gouden wierookschalen”, die zij in hun handen hebben.
De lof voor het lam klinkt zowel in de hemel als van de aarde. Het laatste is op ons raam aangeduid met de veelkleurige kleden R4R5), die de enthousiaste volgelingen van Jezus op de weg wierpen bij zijn intocht in Jerusalem.



In het geloof weten we hemel en aarde verbonden. God wil met de aarde te maken hebben, door Christus, die het aardse bestaan doorleden heeft, mogen we ons met de hemel verbonden weten.
Door Gods Geest mogen we “zien” hoe God voor zijn mensen aan het werk is. De Heilige Geest zien we boven het lam op de troon uitgebeeld in de duif, die opwiekt (R1).
Door de Geest kunnen wij op aarde instemmen met het loflied dat in de hemel gezongen wordt.

Links op het raam een afbeelding van de aarde, de ene helft in het licht, de andere donker (R3K1).

    

We denken hierbij aan het avondlied (Gezang 393 vers 2 Liedboek voor Kerken 1973, inmiddels Lied 248 Liedboek 2013):
“ Die dan, als onze gebeden zwijgen,
als hier het daglicht onderduikt,
weer nieuwe zangen op doet stijgen,
ginds waar de nieuwe dag ontluikt”.


3. Het westelijke raam: "De heilsfeiten"
De tekst uit het archiefdocument 1983 wordt letterlijk gevolgd inclusief lettertekens. Tussen haakjes mijn (Jan van Rheenen) toevoegingen, waarbij R1 rij 1 is en K1 kolom 1 is enz.

Lucas 24 vers 26.
“Moet de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan?”
Twee leerlingen van de gekruisigde Heer lopen tegen de avond van Jerusalem naar het westen, daar waar de zon ondergaat (daarom uitgebeeld op het westelijke raam). Zij hadden van Jezus het heil verwacht en zijn diep teleurgesteld, dat toch het kwaad overwonnen heeft.
Dan voegt een Derde zich bij hen. Het is de opgestane Heer zelf, maar zij (de Emmaüsgangers) herkennen hem niet. Hij legt hen uit dat ’t juist zo met de Christus moest gaan volgens de profetieën.
Zijn geboorte – hoewel overstraald door een ster - (R3K1, R4K1, R3K2, R3K2) was een geboorte in nederigheid.
Zijn levensweg zou met een doornenkroon (met scepter R4K1, R5K1, R4K2, R5K2) moeten worden bekroond (Een koningskroon is een kroon die koningen dragen). 

     

Een van doorntakken gevlochten kroon is het symbool van het martelaarschap. De scepter is het symbool voor het gezag van de koning). Hij zou sterven en begraven worden.



Maar juist dat graf (Open graf met rolsteen en groene doeken: R4K2, R5K2, R4K3, R5K3) zou de geboorteplaats van opstanding en eeuwig leven worden. De bij het graf achtergelaten doeken staan symbool voor de boodschap dat Jezus was opgestaan en dat zijn lichaam niet was gestolen.



Zo zou “Hij als machtig Overwinnaar tot de Vader terugkeren en ten hemel varen (vleugels, wolken, blauwe mantel, rood haar en hand: (R3K2, R3K3, R4K2, R4K3).
Men vindt deze momenten terug in de onderste helft van het raam.
 
Zo onderwees Jezus die teleurgestelde discipelen over de weg van het heil.
En als zij Hem tenslotte herkennen, wanneer Hij het brood voor hen breekt (R2K2,R3K2, R2K3,R3K3), krijgt ook hun levensweg een wending: niet de ondergang maar de heerlijkheid tegemoet!
De Gemeente mag de Opgestane Heer ook nu bij zich weten en Hem bij het breken van het brood gedenken en zo gesterkt worden in haar geloof.
 
Rechts onderin het raam staat gesigneerd: Nikolas van Ronkenstein, Atelier Geutjes Venlo 1983.


De bijzondere technieken van de kerkramen van de Kruiskerk.
Onderstaande tekst is opgesteld door J.H. Plant van de Veldkantweg 5 die dit geschreven heeft op 24 juni 1983. Ik (Jan van Rheenen) heb hierin enkele aanvullingen gemaakt.



4. Ontwikkelingsgang van de kerkramen.
De oudste gebrandschilderde ramen werden vóór het jaar 1000 vervaardigd. Hiervan is niets bewaard gebleven. De oudste bewaard gebleven gebrandschilderde kerkramen zijn te zien in Augsburg (Duitsland),
 deze dateren van circa 1050. Het eerste en onovertroffen hoogtepunt in de glasschilderkunst ontstond omstreeks 1200, met de indrukwekkende Middeleeuwse glasmozaïeken van de Franse kathedraal te Chartres. In Frankrijk bereikte de Middeleeuwse glazenierskunst een hoogtepunt. Hiervan ging een belangrijke invloed uit naar andere Europese landen.
Het Nederlandse bezit aan middeleeuws gebrandschilderd glas is ten opzichte van andere Europese landen zeer beperkt. In de loop van de zestiende eeuw 
werden veel kostbare kerkramen vernield tijdens oorlogen en godsdiensttwisten en werd de belangstelling voor de glasschilderkunst steeds minder
Tussen 1600 en 1800 is het gebrandschilderde raam geleidelijk verdrongen door de blanke ruit. Het toenemend gebruik van emailverf was mede oorzaak van het kwaliteitsverlies bij het vervaardigen van glasramen. Hoewel de glasschilder nu in staat was, zonder daarbij van loodstrips gebruik te maken en gedetailleerdere voorstellingen op het glas te schilderen, gaf de emailverf een veel minder intensief kleureffect. Het had bovendien het nadeel dat het snel afbladderde. Beschadigde kerkramen werden dichtgemaakt met gewoon vensterglas en bijgeschilderd met olieverf.
Pas in de 19e eeuw herleefde de belangstelling voor de glazenierskunst, ook in Nederland, zonder het echter verder te brengen dan zwakke navolgingen van de middeleeuwse ramen.
De 20ste eeuw werd het dieptepunt in de geschiedenis van de glas-in-loodtechniek. Een tekenaar maakte het ontwerp en een fabriek zorgde voor de uitvoering. Het resultaat hiervan was een onpersoonlijk serieproduct.

De werkelijke herbloei in Nederland ontstond omstreeks 1925, toen begaafde kunstenaars zich gingen toeleggen op het glazeniersambacht. Onder deze vernieuwers van een in verval geraakt kunstambacht nam de Roermondse Joep Nicolas een ereplaats in. Hij was ook de leermeester van zijn neef, Joep Nicolas van Ronkenstein, die de maker werd van de kerkramen van de Kruiskerk in Eerbeek.
 


 
5. Stijlkarakters in kleuren en vormen.
Het Middeleeuwse stijlkarakter van de oudste glas-in-loodramen was doorschijnend glasmozaïek. Stukken gekleurd glas, niet beschilderd, maar door en door van één bepaalde kleur, werden in de vereiste vormen gesneden en door middel van repen lood aan elkaar gevoegd. De stukken glas bepaalden zowel de voorstelling als het kleureneffect. Slechts kleine onderdelen, zoals ogen, neus, mond, vingers en haar, werden door beschildering aangebracht. De loodrepen vormden de hoofdlijnen van de voorstellingen. De stukken glas mogen echter niet groot van afmeting en niet grillig van vorm zijn. Daardoor komen ook wel loodrepen voor op plaatsen waar de voorstelling die niet vraagt. Bovendien heeft een glas-in-loodraam een frame van ijzeren staven nodig, als steun tegen de winddruk. De glazenier heeft er op te letten, dat voorstellingen, loodrepen, en ijzeren staven, een fraai en ambachtelijk verantwoord geheel vormen. 
Middeleeuwse glazeniers toonden zich meesters in het kiezen en verdelen van de kleuren en in het vereenvoudigen van de vormen. Hun ramen muntten uit door rust en monumentaliteit, door kleurenpracht en decoratief effect.De Renaissance-tijd werd gekenmerkt door grote aandacht voor werkelijkheidsweergave en natuurgetrouwheid. Het versierende karakter van de ramen ging steeds meer verloren. De gebondenheid van de voorstelling aan de loodverdeling werd door de glazeniers als een vrijheidsbelemmering ervaren. Het gevolg hiervan was steeds meer overgang naar rechthoekige ruitjes, zonder verband met de voorstelling. Dit dwong tot het gebruik van blank glas, waarop zowel de kleuren als de omtreklijnen door beschildering werden aangebracht. Hierdoor gingen èn de vroegere kleurengloed èn de monumentaliteit verloren.



6. Techniek
Middeleeuwse ramen waren glasmozaïeken; Renaissance-ramen waren schilderijen op glas.
Daar waar verf op ruitjes werd ingesmolten of ingebrand, spreekt men van gebrandschilderde ramen. Tot deze soort behoren de uit de 16e eeuw daterende glazen van de St. Jan in Gouda.
Joep Nicolas kon zich in zoverre een traditionalist noemen, dat hij van beide technieken iets heeft behouden. In zijn ramen liet hij soms de loodstrepen de voorstelling volgen, zoals in de Middeleeuwen. Soms ook ging hij in hetzelfde raam over op een regelmatige ruitverdeling, zoals in de Renaissance-tijd. Soms slingeren de loodstrepen schijnbaar willekeurig door zijn composities heen. Zijn kleurkeus was oorspronkelijk, toonde gelijkenis met vroegere ramen, maar bereikte kracht en gloed, die het effect van de Middeleeuwse ramen benaderen. Zonder de opzettelijke stylering van de vormen, die de Middeleeuwse ramen kenmerkt, bereikt hij prachtige decoratieve resultaten. Zonder de natuurnabootsing en de perspectivische effecten van de Renaissance-glazeniers realiseerde hij levendige, verhalende taferelen, waarin statigheid en zwier, waardigheid en speelsheid harmonieus samengaan.



Wie een raam maakt, drukt zich uit in glas en geeft vorm in glas, waarbij het glas als materie van een bepaalde kleur een bepalende rol speelt. Ramen moeten zijn: fonkelend, met een bepaalde ritmiek, niet abstract, maar vooral geen plaatjes, glas waarin de kleur de vorm is en waarin de vorm de werkelijkheid oproept.

          


In de Oude Kerk van Delft zijn glas-in-lood ramen van Joep Nicolas te bewonderen. De “27 Delftse glazen” van Joep Nicolas (1897-1972) zijn wereldwijd bekend. Hij was de leermeester van Joep Nicolas van Ronkenstein (geboren 1933), die zijn neef was en glazenier van de kerkramen van de Kruiskerk in Eerbeek. Joep Nicolas van Ronkenstein en dochter Sylvia maakten ook de laatste opdrachten voor de ramen van de Oude Kerk van Delft, onder andere voor het laatste, 27e raam: ‘het Psalm 150-raam’. 

 

7. De initiatiefnemer, de beroemde architect en de beroemde glazeniers van de kerkramen van de Kruiskerk
De initiatiefnemer Ds. P. Blaauw was een veelzijdig begaafde, volijverige predikant die tussen 1922 en 1933 op allerlei gebied initiatieven heeft genomen die bepalend zijn geworden voor de ontwikkeling van onze kerk in Eerbeek. Hij was de drijvende kracht achter de bouw van de huidige Kruiskerk die op zondag 25 januari 1931 werd ingewijd.
Zo zagen de ramen van de Kruiskerk vóór 1983 eruit:



Ds. Blaauw is de bedenker van de thema’s van de gebrandschilderde ramen: 
kerkraam oost: “de aanbidding” en 

kerkraam west: “de heilsfeiten”. 
Hij heeft toen al de schetsen daarvoor gemaakt:


Na de viering van het 50-jarig bestaan van de nieuwe Kruiskerk in 1981 is besloten deze ramen te realiseren. Dit werd mogelijk door een bijzondere gift van een aantal gemeenteleden die onbekend wensten te blijven.


De Architect Herman van der Kloot Meijburg (1875-1961) kon het goed vinden met Ds Blaauw. Op aanwijzingen en naar ideeën van Ds. P. Blaauw ontwierp Herman van der Kloot de nieuwe Kruiskerk die in 1931 werd opgeleverd. Herman van der Kloot Meijburg was een vermaarde Nederlands architect. Hij verwierf een zeer drukke praktijk, waar hij zich onder meer heeft beziggehouden met restauratiewerk. Tal van kerken waaronder veel dorpskerken, maar ook de Nieuwe Kerk in Delft en de naast het spoor gelegen Voorburgse buitenplaats Hofwijck zijn door hem gerestaureerd.

De vakman Joep Nicolas.
Ds. Blaauw en architect van der Kloot Meijburg waren beiden erg onder de indruk van de nieuwe technieken met gebrandschilderde ramen en kenden het werk van glazenier Joep Nicolas uit Roermond. Architect en glazenier werkten later nauw samen, o.a. aan de Oude Kerk in Delft. Joep Nicolas heeft de stoot gegeven tot vernieuwing van de Nederlandse glasschilderkunst. Hij was begonnen als kunstschilder, studeerde filosofie en rechten en won al in 1925 op 28-jarige leeftijd de grand prix op een internationale tentoonstelling in Parijs, waarna hij definitief koos voor het glazeniers vak. In 1929 maakte hij gebrandschilderde ramen voor de Nieuwe Kerk in Delft. Als beroemd vakman vertrok hij in 1939 naar Amerika voor enkele grote opdrachten. In de periode 1955-1959 was Joep Nicolas betrokken bij de ramen van de Oude Kerk in Delft waar architect Van der Kloot Meijburg met de restauratie van de Oude Kerk bezig was. 



In de Oude Kerk van Delft zijn glas-in-lood ramen van Joep Nicolas te bewonderen. De “27 Delftse glazen” van Joep Nicolas (1897-1972) zijn wereldwijd bekend. Na de ontploffing van het kruithuis in 1654 had de kerk geen gebrandschilderde ramen meer. Bij de restauratie van de kerk, die plaatsvond van 1949 tot 1961, werden geleidelijk 27 gebrandschilderde ramen geplaatst. Het glas-in-lood van de Oude Kerk wordt beschouwd als het levenswerk van de glazenier Joep Nicolas. Hij vervaardigde 25 ramen, na zijn dood voltooide zijn neef Joep Nicolas van Ronkenstein samen met Sylvia Nicolas (dochter van Joep sr.) de laatste twee gebrandschilderde glas-in-loodramen (uit 1974 en 1984). Joep Nicolas die van 1939 tot 1956 woonde en werkte in de Verenigde Staten, voorzag 22 kerken van ramen.


   

De ontwerper van onze kerkramen, Joep Nicolas van Ronkenstein, werd in 1933 geboren in Den Haag, maar bracht zijn jeugd door in Limburg. Hij ontving zijn beeldhouwopleiding van 1954 tot 1956 aan de Stadacademie voor toegepaste kunst in Maastricht. Aanvullend studeerde hij van 1956 tot 1958 aan de kunstopleiding van het Museum of Fine Arts in Boston (VS) en van 1959 tot 1961 aan de Art Students League in New York, waar hij ook zijn eerste expositie had. Van 1961 tot 1964 werkte hij als glazenier bij zijn oom Joep Nicolas. Naast de ramen van de Kruiskerk in Eerbeek (1983) was Joep Nicolas van Ronkenstein samen met Sylvia Nicolas de ontwerper van de laatste twee gebrandschilderde glas-in-loodramen (uit 1974 en 1984) van de Oude Kerk in Delft, van kerkramen van de Sint Pancratiusbasiliek in Tubbergen én van de ramen van de Oude Kerk in Madurodam.
Klik hier voor een youtube filmpje met een overzicht van de ramen in de Tubbergse basiliek https://www.youtube.com/watch?v=F8KbRSHcGDQ
Joep van Ronkenstein woont en werkt sinds 1963 in Beesel. Zijn werk, dat aanvankelijk abstract was, behoort tot de figuratieve kunst. Hij heeft veel beeldhouwkunst op zijn naam staan.
Hieronder een interieurfoto van de Tubbergse baseliek waaraan 4 generaties Nicolas hebben meegewerkt. 
De acht ramen in het schip zijn in 1954 gemaakt door Joep Nicolas (1897-1972) en beelden de Apocalypse uit. In 1965 zijn ook in het transept nog twee gebrandschilderde ramen geplaatst, het Mozesraam en het raam van de Bergrede. Deze werden vervaardigd door zijn neef Joep Nicolas van Ronkenstein (geb. 1933).





De rol van Louis Smeets
Louis Smeets (1918) volgde een opleiding tot onderwijzer. Het gezin Smeets vestigde zich in 1936 in de crisisjaren in Venlo. Als kunstenaar beschouwde Louis zichzelf als autodidact. Zijn eerste glas-in-loodwerk dateerde waarschijnlijk uit 1939. Hij volgde schilderlessen. In 1950 verhuisde Louis Smeets, inmiddels getrouwd met Riet Geutjes, naar de woning direct naast het glasatelier Geutjes. Daar ontstond een team van artistieke assistenten rond Joep Nicolas: de gebroeders Arnold en Gerard Geutjes van het glasatelier Geutjes (zwagers van Louis), dochter Sylvia Nicolas en neef Joep Nicolas van Ronkenstein.

Het glasatelier Geutjes in Venlo, waar ook de ramen van de Kruiskerk zijn gemaakt, had tot 1954 de firmanaam Glasatelier Geutjes en Smeets. Joep Smeets trok zich uit dit atelier terug. Hij ging daardoor als ontwerper nog nauwer samenwerken met de in Amerika verblijvende Joep Nicolas. Joep Nicolas stapte in 1953 over naar het glasatelier Geutjes-Smeets in Venlo. Daar vond hij in feite een ideale situatie. Het atelier was ingericht volgens zijn eigen inzichten, want hij had Geutjes sr. eerder zelf over de bouw van een nieuw glasatelier geadviseerd. Dit werd in 1950 gebouwd en was dus uiterst modern ingericht. Joep beschikte nu naast het moderne en voordelige atelier ook over een zeer begaafd artistieke assistent, waar hij vanuit de V.S. werkend veel aan kon overlaten. Joep Smeets had een belangrijke rol bij zowel het ontwerpen als fabriceren van de glas-in-loodramen. Welke rol hij speelde bij de glasramen van de Kruiskerk in Eerbeek is onbekend.


Glasatelier F. Nicolas en Zonen
Carolus Nicolas (1784-1856) had een particuliere tekenschool in Roermond. Hij schilderde en zou ook geëxperimenteerd hebben met gebrandschilderd glas. Zijn zoon Frans (1826-1894) startte in 1855 een eigen glasatelier, het 'Atelier F. Nicolas' hield zich aanvankelijk vooral bezig met de restauratie van ramen en had daarvoor vier man in dienst. De samenwerking met de befaamde architect Pierrre Cuypers was gunstig voor het bedrijf, er kwamen daardoor veel opdrachten binnen voor nieuwe ramen. Het atelier groeide uit tot de grootste onderneming op dit gebied. Frans Nicolas voerde ontwerpen uit van Cuypers en ontwierp ook zelf ramen. In 1879 waren er tweeëntwintig mensen bij het atelier in dienst. 
In 1880 droeg het bedrijf de naam F. Nicolas en Zonen



Vanaf de jaren 1920 maakte kleinzoon Joep Nicolas (1897-1972) ontwerpen voor de firma. In 1938 publiceerde Joep Nicolas het boekje Wij glazeniers ...., dat de ontwikkeling van het glazeniersvak beschreef en waarin hij aangaf dat het werk in het atelier door de omvangrijke productie karakterloos was geworden, degelijk, maar "van een droge burgerlijkheid". Hij brak met de traditionele neogotische stijl van het atelier en maakte ramen die meer beweeglijkheid tonen. Joep zelf was dus niet alleen de eigenaar van het glasatelier, maar ook de kunstenaar. Joep verbrak de samenwerking in 1953 en stapte over naar het glasatelier Geutjes-Smeets te Venlo.

Eerbeek, najaar 2020
Tekst: Jan van Rheenen
Foto's: Johan Voogd
terug